De tien meest gestelde vragen over de banenafspraak


Sinds 1 januari 2015 is de banenafspraak van kracht. Hierin hebben werkgevers en de vakbonden met de overheid afgesproken dat ze in de komende jaren meer mensen met een arbeidsbeperking aan een baan willen helpen. Maar wat houdt die afspraak nou precies in? Is er nu wel of geen quotumregeling? En voor wie geldt de banenafspraak? We zetten de tien meest gestelde vragen én antwoorden voor u op een rij.
1Wat houdt de banenafspraak in?
Het kabinet en de werkgevers- en werknemersorganisaties hebben in april 2013 een sociaal akkoord gesloten. Een belangrijk onderdeel van dit akkoord is een nieuwe aanpak om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen bij reguliere werkgevers. De werkgevers in het bedrijfsleven hebben zich garant gesteld voor 100.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking in de periode tot 2026. De overheid neemt 25.000 extra banen voor haar rekening die vóór 2024 moeten zijn gerealiseerd. In totaal gaat het om 125.000 extra banen ten opzichte van de peildatum van 1 januari 2013. De banenafspraak is een landelijke afspraak en is vastgelegd in de wet.
2Voor wie zijn deze 125.000 extra banen bedoeld?
Deze banen zijn bedoeld voor mensen die onder de banenafspraak vallen en die in het doelgroepenregister zijn opgenomen. Denk daarbij aan: • mensen die onder de Participatiewet vallen en niet 100% van het wettelijk minimumloon kunnen verdienen; • mensen in de Wajong die kunnen werken; • mensen met een Wsw-indicatie; • mensen die tussen 10 september 2014 en 1 juli 2015 zijn afgewezen voor de Wajong; • leerlingen en schoolverlaters van het voortgezet speciaal onderwijs (VSO); • schoolverlaters van het praktijkonderwijs (PrO) en de entree-opleiding in het mbo van het schooljaar 2014/2015.
3Wat is het verschil tussen de Participatiewet en de Banenafspraak?
De Participatiewet die per 1 januari 2015 is ingegaan, vervangt een aantal oude wetten: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en de Wajong. Deze wet geldt voor iedereen die kán werken, maar hierbij wel wat hulp nodig heeft. Binnen deze groep zijn er mensen die niet in staat zijn om zelfstandig het minimumloon te verdienen. De banenafspraak is gericht op deze groep.
4Wie geeft er uitvoering aan de banenafspraak?
Op regionaal niveau werken werkgevers, vakbonden, het UWV en gemeenten samen om sturing te geven aan de uitvoering van de banenafspraak. Dit gebeurt in zogenaamde regionale Werkbedrijven. Daarin maken partijen samen beleidsafspraken over de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking naar de extra banen. Deze regionale Werkbedrijven hebben dus vooral een bestuurlijke functie. Nederland telt 35 van deze regionale Werkbedrijven. Ze sluiten aan bij de bestaande arbeidsmarktregio’s. Daarnaast heeft elke regio een WerkgeversServicepunt. Het WerkgeversServicepunt is een netwerkorganisatie met accountmanagers van gemeenten, het UWV en sociale werkvoorzieningsbedrijven (SW). Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor werkgevers met een capaciteitsvraag en zij zorgen ervoor dat mensen met een arbeidsbeperking bij die werkgevers aan het werk gaan. Waar nodig regelt het WerkgeversServicepunt begeleiding van de medewerker.
5125.000 banen in 2016... Ligt hier een concrete planning onder?
Ja, bij de invoering zijn tussentijdse doelstellingen vastgesteld. Elk jaar bekijkt het kabinet – dus landelijk - in hoeverre deze doelstellingen worden gehaald. 2015: bedrijfsleven + 6.000 | Overheid + 3.000 2016: bedrijfsleven + 8.000 | Overheid + 3.500 2017: bedrijfsleven + 9.000 | Overheid + 3.500 2018 t/m 2025: bedrijfsleven + 10.000 | Overheid + 2.500 NB. Aantal banen per jaar. Cijfers gemeten vanaf peilmoment januari 2013.
6Wat zijn de afspraken van de banenafspraak tot nu toe? Liggen we op koers?
In juni 2017 presenteerde de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – Jetta Klijnsma – de resultaten van de zogenaamde twee-meting: de landelijke, tussentijdse meting van de resultaten over 2015 en 2016. Hieruit bleek dat het bedrijfsleven haar doelstelling (6.000 + 8.000 = 14.000 banen) ruimschoots had gehaald. In totaal vonden 18.957 mensen met een arbeidsbeperking een baan. De sector overheid bleef achter bij de gestelde norm van 6.500 extra banen. Eind 2016 waren in die sector volgens de twee-meting pas 3.597 extra banen gecreëerd. Noord-Limburg – zo blijkt uit recente cijfers – behoort tot de best presterende regio’s van Nederland. Bij de nulmeting (1-1-2013) bedroeg het aantal banen in het kader van de banenafspraak 957. Tot en met het 3e kwartaal van 2017 was dit aantal toegenomen naar 1869. Dit is een stijging van maar liefst 95%, terwijl de gemiddelde groei in Nederland 40% bedroeg.
7Ik heb gehoord over een quotumregeling. Hoe zit dat eigenlijk?
Oorspronkelijk wilde het kabinet elke werkgever - in bedrijfsleven en overheid - met meer dan 25 werknemers verplichten om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Wie niet aan het quotum voldeed, zou een boete krijgen. Uiteindelijk is deze quotumregeling op de lange baan geschoven, in de overtuiging dat werkgevers intrinsiek gemotiveerd zijn om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Het bedrijfsleven laat inderdaad zien dat het ze menens is. Als deze resultaten zich zo blijven ontwikkelen, zal er geen quotumregeling komen. Voor de sector ‘overheid’ ligt dat anders: sinds 1 januari 2018 geldt een quotumregeling voor deze sector. Denk aan het Rijk, maar ook aan gemeenten, onderwijs, politie en brandweer. De quotumregeling geldt voor alle overheidswerkgevers die in 2017 25 of meer werknemers in dienst hadden. Voor 2018 is het quotumpercentage vastgesteld op 1,93. Dit percentage bepaalt hoeveel werknemers een werkgever in dienst moet hebben om aan de banenafspraak te voldoen. Voldoet een werkgever niet aan het quotum? Dan bedraagt de heffing € 5000 per niet ingevulde baan. Zodra overheidswerkgevers collectief weer voor voldoende banen zorgen, dan stopt de quotumregeling.
8Stel, ik wiel iemand vanuit de banenafspraak in dienst nemen... Loop ik dan financiële of administratieve risico's?
Niet of nauwelijks. Gemeenten en UWV hebben instrumenten die voor een heel groot deel de risico’s afdekken voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking aannemen. Denk aan proefplaatsingen, loonkostensubsidie en loondispensatie (compensatie voor verminderde productiviteit), de no-riskpolis (waarmee ziekteverzuim wordt opgevangen), een jobcoach (voor de begeleiding) of premiekorting voor mensen uit de doelgroep. Ook kunnen werkgevers mensen via detacheringsconstructies inlenen. Iedereen die hier meer over wil weten, adviseren we om een afspraak met een accountmanager te maken.
9Geldt de banenafspraak alleen voor grote organisaties - in profit of non-profit - of kan een kleine MKB'er ook meedoen?
Iedere organisatie – groot of klein – kan meedoen aan de banenafspraak door iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en aanspraak te maken op de eerder genoemde regelingen. Dus ook een kleine MKB’er. Overigens blijkt het een hardnekkige misvatting dat kennisintensieve organisaties geen banen zouden hebben voor mensen met een arbeidsbeperking. De doelgroep is enorm divers: jong en oud, laag en hoog opgeleid… Door niet alleen te kijken naar diploma’s, maar vooral ook naar gewenste competenties, ontstaan vaak verrassend goede matches.
10Waarom zou ik als werkgever iemand met een arbeidsbeperking in dienst nemen? What's in it for me?
Laten we vooropstellen dat diversiteit binnen een organisatie altijd positief uitpakt. Diversiteit binnen een team zorgt voor meer werkplezier en ook meer succes. Bovendien vinden veel werkgevers het heel normaal om iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Het gaat immers niet om de beperking, maar om wat iemand wél kan. Een telefoniste met een fysieke handicap is nog steeds een prima telefoniste. En een orderpicker met autisme is misschien wel beter in zijn vak dan zijn collega zonder ‘beperking’. Maar goed, als we dan toch voordelen en drijfveren moeten noemen, dan staat loyaliteit van betreffende medewerkers met stip op één. Mensen met een arbeidsbeperking zijn vaak ontzettend dankbaar dat ze weer aan de slag kunnen. Dat uit zich in een torenhoge loyaliteit en trots op de werkgever. Een andere reden voor bedrijven om mee te doen aan de banenafspraak is maatschappelijke verantwoordelijkheid (MVO). Tot slot spelen ook vaak financiële voordelen een rol, alhoewel deze nooit de enige aanleiding mogen zijn.
//]]>